Historiek

Jürgen Van Hover zette in 1988 zijn eerste stappen in de circuitracerij met tourwagens in samenwerking met Vamo Racing. Bij het Vamo-team kreeg Jürgen een Honda Civic 1300cc ter beschikking en bouwde hem eigenhandig op. Een jaar later reed hij er ook wedstrijden mee in de Carglass Cup (nu Belcar). Daarop volgde een deelname met een Renault 5 GT Turbo, waarmee Jürgen regelmatig tussen de snelle BMW’s van toen op de startgrid stond. In 1994 werd de stap gezet naar de eenzitterij met een Vector Formule Ford in het Benelux Kampioenschap. Na drie races echter ging de hoofdsponsor over de kop en moest Jürgen zich terugtrekken tot achter de omheining. Een lange bezinningsperiode volgde voor de piloot met lege beurs.

In 1998 vond Jürgen, dankzij Jef Van Bavel van het toen bekende Formule Ford-team MB Racing en vader van de talentvolle ex-F3-piloot Tom, opnieuw een sponsor en verkreeg aldus een zitje bij MB. Maar na drie races moest de sponsor zich alweer omwille van financiële moeilijkheden terugtrekken uit de autosport. Ondanks het feit dat de duivel er zich blijkbaar regelmatig mee moeide, was Jürgen alweer druk bezig geld aan het zoeken voor seizoen ’99. De sombere winterdagen brachten echter niets op en het was pas half februari 1999 dat de eerste paar duizend franken begonnen binnen te sijpelen. Eén dag voor de eerste race was er net voldoende budget om de eerste twee races van het seizoen te betwisten. En zo begon het raceseizoen bij Gielissen Racing, waar hij dat jaar voor reed. Juist voor elke wedstrijd was het budget rond, tot na de zesde race, toen waren de publiciteitsbudgetten bij de meeste bedrijven op en was het dus weer eens gedaan met rijden.

Voor seizoen 2000 zag het er budgettair toch al iets beter uit (o.a. door de steun van het toenmalige auto- en truckcenter Residence Aalst met Dhr. André Goffaerts als directeur) maar 5 weken voor de eerste race kwam nu weer het team van Jürgen in financiële problemen. Er moest dus onderhandeld worden met een ander team. Daarbij werd er ook gepraat met de mensen van het welbekende Vamo Racing die een terugkeer naar de autosport wel zagen zitten. Met de gezonde samenwerking in het verleden in het achterhoofd werd heel snel (dat moest ook wel 5 weken voor de aanvang van het race-seizoen) de knoop doorgehakt. Ondanks het gebrek aan een goede voorbereiding en dat men in feite op organisatorisch vlak zo goed als vanaf nul heeft moeten beginnen, kreeg het Vamo-team zijn zaken goed voor mekaar. Ondermeer dankzij de inspanningen geleverd door Pascal Van Buynder (nieuwe generatie Vamo Racing) en de hulp en het enthousiasme van enkele medewerkers, had het team de tweede helft van het seizoen al een grote vooruitgang geboekt, wat zich vertaalde in een betere afstelling van de wagen en effectievere communicatie tussen piloot en race-ingenieur.

Tijdens het seizoen 2000 heeft Jürgen nog een hele boel zaken op zich genomen, maar vanaf 2001, als Vamo Racing verder vervolmaakt zal zijn, zou Jürgen enkel nog doen wat hij zou moeten doen; namelijk racen en sponsors zoeken, iets waarvan hij ondertussen de smaak te pakken heeft. In 2001 zou Vamo Racing aantreden met een volledige eigen structuur (vrachtwagen, werktent, VIP-tent, gereedschap, medewerkers, enz.).

Twee maanden voor de eerste race bleek echter dat het Vamo team door allerlei omstandigheden niet klaar waren met hun team. Alle plaatsen waren al bezet in de goede teams en zodoende stond Jürgen er alleen voor. In een paar weken tijd had hij een vrachtwagen, een sponsoring van Snap-On, een tent met extra sponsortent, een hele uitrusting, een ingenieur en een Formule Ford Van Diemen ’99. Maar door de heel laattijdige voorbereiding waren organisatorische- en personeelsproblemen schering en inslag.

Ook de auto liet het keer op keer afweten daar die bij de vorige eigenaar heel slecht onderhouden bleek te zijn. Hoeveel onderdelen men ook verving en hoeveel werkuren er ook werden aan besteed; elke training was er een mankement. Dit had natuurlijk een grote invloed op de resultaten. Daarbovenop bleek het Pi data-acquisitiesysteem niet te werken, zelfs de ingenieur van PI zelf kreeg er kop noch staart aan. Aan het begin van het seizoen was Jürgen duidelijk de snelste in zijn klasse, maar door aanhoudende problemen en het niet kunnen ontwikkelen van auto en rijtechniek door het niet functioneren van het data-analysesysteem waren Marijn Van Kalmthout en Olivier Muytjens Jürgen al gauw te snel af. Olivier zou uiteindelijk Kampioen in de First Division worden. Maar als het technisch een beetje meezat, zat Jürgen altijd in de top-3.

Genoeg problemen gehad, voor 2002 was het voor Jürgen een duidelijke zaak dat hij voor een ervaren team zou rijden. Hoewel er aanvankelijk onderhandeld werd met Multipromo uit Nederland, werd er dan toch getekend bij het Belgische John’s Racing. Zij zouden namelijk gaan deelnemen in een nieuw kampioenschap, met name het Benelux Formule Renault 1600 Kampioenschap, de tegenhanger van de Formule Ford. Een geschenk uit de hemel want Ford België (in tegenstelling tot Ford Nederland) deed helemaal niets om hun piloten te ondersteunen behalve wat prijzengeld. Geen wonder dat er slecht een drie-vier-tal Belgische piloten deelnamen aan de Formule Ford tegenover 30 Nederlanders! En het is al zo moeilijk om sponsors te vinden.

De officiële bevestiging van het doorgaan van het Formule Renault 1600-avontuur bleef echter heel lang op zich wachten. Na de nodige problemen met Renault Nederland en hun sponsors kregen we dan toch de geschreven bevestiging; het zou echter gaan om een 100% Belgisch kampioenschap. Goed voor de Belgen maar zijn er in het kleine België wel voldoende kandidaten? Vanaf dat moment hoorden we van Renault helemaal niets meer...(!) Het kampioenschap ging dus niet door.
En dat een paar weken voor de aanvang van het Formule Ford seizoen. Een degelijk voorbereiding voor het A-kampioenschap (voor nieuwe chassis) was onmogelijk. En daar stonden we dan weer…Het seizoen 2002 was nog niet begonnen en het was naar de vaantjes. Om nog maar te zwijgen van de verplichtingen tegenover sponsors enzovoort.

Jonh’s Racing, dat al een aantal jaar deelneemt aan het Europees Kampioenschap Formule Renault 2000 en dat fervent voorvechter was van de nieuwe 1600-klasse vanwege de filière-mogelijkheden binnen hun team, nam echter haar verantwoordelijkheid. Het team beschikt over voldoende werkingsmiddelen en aangezien er tijdens de wintertesten met hun Swift Formule Ford een bijzonder ‘snelle’ en aangename samenwerking was met Jürgen, boden zij hem een zitje aan in het Duits Kampioenschap Formule Renault 2000, zonder het aanvankelijk overeengekomen budget te verhogen. Dat was natuurlijk een meevaller. Daar bovenop wordt er ook deelgenomen aan een race voor het Europees Kampioenschap die betwist wordt in Spa-Francorchamps; dit om de sponsors te plezieren.

Dat het echter een bijzonder moeilijk seizoen ging worden, was duidelijk. Met slechts 4 testdagen op het programma en met soms raceweekends waar er geen enkele vrije training was werd Jürgen voor de leeuwen geworpen. Aanvankelijk stond hij dan ook steeds achteraan op de grid. Naarmate het seizoen vorderde ging het steeds beter en zat Jürgen telkens binnen de 2 seconden van de pole maar dat dan samen met nog 30 andere deelnemers, want het niveau van de Duitse Formule Renault mocht er wezen. Op sportief vlak was het een zeer leerrijk seizoen maar commercieel was het al gauw vechten om met het hoofd boven water te blijven. Ondanks het feit dat de auto verzekerd was, had Jürgen elke race de vrijstelling aan zijn been. Een vleugeltje, een bodemplaat, het was altijd wel iets. Omdat er altijd in Duitsland werd gereden moesten er voor de sponsors races met incentives in België worden georganiseerd, dat was contractueel vastgelegd. De Yaris Cup was de goedkoopste oplossing maar gratis was het nu ook weer niet. En met de Yaris Cup mag je geen vrachtwagen plaatsen waarin je sponsors kan ontvangen dus moest er paddockruimte worden afgehuurd en dat is niet bepaald goedkoop. Alles bij mekaar een hele hoop extra uitgaven en naar het einde van het seizoen werd dat problematisch. De sponsors hebben er niets van gemerkt want alles wat voorzien was op het vlak van promotie en publiciteit is uitgevoerd geweest, maar voor Jürgen, die had gehoopt in 2002 eindelijk zelfstanding te kunnen worden, was het financieel een en al kommer en kwel.

Gelukkig resulteerde de eerste deelname in de Yaris Cup meteen in een overwinning, dit met in de training slechts 7 ronden te hebben afgelegd met als oorzaak een oververhitte motor.

Voor 2003 stond er het kersverse Nederlands Kampioenschap Formule Renault 2000 op het programma, naast de Yaris Cup en misschien de Belcar met een Kamala-kitcar. De zware economische crisis maakte echter al gauw een einde aan de eenzitterij-plannen. De sponsormarkt stortte zo goed als in elkaar en de sponsorinkomsten daalden maar liefst met 80%! Jürgen stapte maar snel in een Toyota Yaris…

Het werd een goed seizoen met enkele overwinningen en scherpe rondetijden. Door een gebrek aan budget werd er slechts één namiddag getest…! De laatste drie raceweekends echter raakte Jürgen betrokken in ongevallen en allerlei chaotische toestanden. Er werden haast geen punten meer gesprokkeld en Jürgen zakte terug tot de 6de plaats in het kampioenschap. Ook een aantal onbegrijpelijke beslissingen van de wedstrijdleiding zetten een rem op de bescheiden carrière van de Aalstenaar.

Op de koop toe trok Toyota Belgium zich terug als organisator en promotor van de Yaris Cup. Er is dan eens een interessante en betaalbare klasse in België… Gelukkig was Toyota van in het begin wel heel klaar en duidelijk

Geen nood, vanuit Nederland, waar de Yaris Cup eveneens werd stopgezet, kwam van een privé-rijder het initiatief om een Benelux Kampioenschap op te starten. Met al die auto’s op de markt zou dat geen probleem mogen zijn maar na ettelijke maanden veel belovende onderhandelingen kwam aan het initiatief abrupt een einde, de organisatoren vonden onvoldoende fondsen om een degelijke organisatie mogelijk te maken en het boterde niet zo goed tussen de Nederlandse en Belgische piloten... Dat was heel jammer want het was net dan dat Jürgen voor het eerst zou gesponsord worden door een team. Holvoet Racing was namelijk heel enthousiast over de samenwerking in 2003. Daar stond Jürgen dus alweer, op ‘t straat.

Er was reeds lange tijd een fameus Belcar project in de maak. Eén van de sponsors van Jürgen had vanuit Groot-Brittannië een Kamala laten overkomen. Het was de bedoeling die om te bouwen voor de Belcar. Dat was echter een werkje dat werd onderschat en de auto was aan het begin van seizoen 2004 nog steeds niet klaar. Maar toen kwam Holvoet Racing op de proppen met een geprepareerde Toyota Supra. De wagen zou overgekocht worden van een team. Na drie weken voorbereiding, logistieke en financiële planning bleek de eigenaar van de Supra van gedacht te zijn veranderd en besloot zijn Supra toch niet te verkopen. Nog slechts drie weken en het eerste raceweekend van het seizoen zou plaatsvinden…

“In allerlaatste instantie kreeg ik een voorstel van garage BMW Romein Aalst om mee te rijden in de Mini Challenge, weliswaar met twee piloten. Ik had geen andere keuze, ondanks het zeer hoge prijskaartje dat aan de Mini Challenge vast hangt”. Met Romein als sponsor en met twee piloten op een auto moest dat wel een haalbare kaart worden.

Als je voldoende middelen hebt is alles natuurlijk een stuk eenvoudiger. Je belt naar een topteam, komt een prijs overeen, stapt in en je rijd...

Ondertussen was de Kamala eindelijk klaar voor een eerste testrit...die een complete ramp bleek. Door een ernstig gebrek aan professionalisme van de eigenaar kwam dat project, wat iets heel moois had kunnen worden, totaal niet van de grond. Na meer dan voldoende geduld te hebben beoefend, besloot Jürgen uit te kijken naar nieuwe uitdagingen.

Wel is Jürgen nu, na zoveel jaren, eindelijk zelfstandig autopiloot.

Seizoen 2004 werd een compleet rampjaar daar een deelname aan een sprintrace mete twee piloten gewoon niet functioneert en zeker niet als een van de piloten een heel stuk trager is. Tijdens kwalificaties en in steeds wisselende weersomstandigheden telkens het stuur moeten delen bleek onbegonnen werk. Jürgen zat altijd in de top 6 maar door de tragere piloot kwam dit nooit tot zijn recht.

Toch is seizoen 2004 niet voor niets geweest want de BMW-garage Romein geloofde in de capaciteiten van Jürgen en besloot voor 2005 Jürgen alleen te laten rijden en hem voldoende middelen ter beschikking te stellen. De technische assistentie op het circuit zou verzorgd worden door Vamo-Racing.

Ook met de sponsoring ging het goed begin 2005. Dankzij een aantal enthousiaste mensen van Euphony kwam er een budget vrij. Daarmee kon ook aan de Belcar deelgenomen worden met een Porsche Boxster, een opvallende auto met een laag totaalgewicht en een unieke gewichtsverdeling. André Van Hoof, een oude bekende uit de Formule Ford zorgde voor de preparatie, en droeg op zijn beurt een steentje bij om Jürgen wat hoger op de ladder te duwen...
Dit alles bracht een sneeuwbaleffect mee en vele andere sponsors meldden zich aan zoals o.a. OKI Systems Belgium.
Toen Jürgen tijdens de openingsraces een manche voor de Mini Challenge won, was het hek helemaal van de dam...

Toch werd het weer een jaar met de meest onwaarschijnlijke toestanden. De Mini heeft slechts 2 raceweekends geen problemen gehad en die 2 races hebben heeft Jürgen gewonnen, tot zijn grote vreugde weliswaar. Heel het seizoen werd het Vamo-team achtervolgd door een pingelende motor door een te arm mengsel. Garage Romein die het onderhoud tussen de races deed, slaagde er niet in het probleem te vinden. Bovendien kregen Jürgen en het Vamo-team maar al te vaak een auto mee die totaal niet in orde was en zelfs niet uitgelijnd. Pas in het laatste raceweekend van het seizoen en 5 motoren verder werd het euvel opgelost door Vamo Racing. Het ging uiteindelijk om een minuscuul slecht contact in de kabelboom van het motormanagement. In feite moest bij de aanvang van het seizoen heel de auto tot de laatste vijs uit elkaar gegaan zijn (zoals dat hoort) laat maar dat was door een late beslissing van sponsors niet meer mogelijk. Ook werd het prepareren van een racewagen door de garage schromelijk onderschat en hadden de mensen die in de garage aan de Mini werkten geen race-ervaring. Een racewagen onderhouden is iets totaal anders dan aan een straatauto werken...
De Boxster kende nog meer problemen, ook weer in de hand gewerkt door een zeer late beslissing van sponsors (het komt helaas altijd op hetzelfde neer...). Tal van constructiefouten en elektronische problemen achtervolgden ons tot en met de laatste race. Daarbij was het niveau van de Belcar, wat betreft de auto’s, zodanig hoog geworden, dat je onder de 400pk totaal niet meer mee kon. De Boxster had er slechts 350 (in het beste geval)

Kortom alweer een leerrijk seizoen. Vanaf nu zal er enkel nog deelgenomen worden met nieuw materieel. Veel pech hebben en allerlei toestanden meemaken is louter een logisch gevolg van een slechte voorbereiding door een gebrek een budget.

De bureaucratische koersdirectie kan echter ook veel kwaad berokkenen. De totaal onrechtmatige sanctie opgelegd door de koersdirectie tijdens een race in Spa waarbij Jürgen, na het ontwijken van Corthals die zicht met technische problemen aan 10km/u pal op de ideale lijn bevond, over de witte lijn reed bij het uitkomen van de snelle Blanchimont-bocht, deed zeker geen goed aan de motivatie. Jürgen vroeg zich meer en meer af wat je als Vlaming in hemelsnaam kan bereiken in de autosport in België en besloot zich te concentreren op een Europees project.

Ondanks de vele avonturen werd het commercieel een redelijk goed jaar. Dit heeft alles te maken met het unieke sponsorconcept van Jürgen dat elk jaar beter wordt.

Hopelijk kan Jürgen in 2006 eindelijk eens op een normale manier de autosport bedrijven en over sponsors beschikken die in december al beslissen en voldoende investeren... om te kunnen meedraaien op Europees niveau...

Voldoende fondsen voor een Europees Project zoals de Michelin Porsche Supercup; dat bleek iets te hoog gegrepen. Toch ging het budgettair in stijgende lijn waardoor er kon deelgenomen worden aan de Belcar klasse 3 met een Porsche 996 Supercup. Daarnaast tekende BMW MINI Romein bij voor een seizoen Belcar Sprint met de vertrouwde Mini. Ook de 24 uren van Spa stonden voor het eerst op het programma.

In elk geval zou de doelstelling voor een Europees project vooropgesteld blijven. In de loop van seizoen 2006, Jürgen heeft nu meer tijd over want hij moet niet tot de laatste race achter fondsen gaan lopen, wordt er al volop gewerkt aan seizoen 2007. De Porsche Supercup met Speedlover blijft als doel ’boven het bed hangen’. Ook het in 2007 nieuwbakken Belgische Clio Cup kampioenschap lonkt. Romein had dan weer plannen om een BMW Z4 Coupé M in te zetten in de BTCS...
In elk geval blijft een Europees project absolute topprioriteit.

Ook in 2007 werden er onvoldoende middelen gevonden voor een internationaal kampioenschap.
Positief is wel dat Jürgen in de Belcar Original voor het eerst vooraan kan meedraaien met een Porsche GT3 997. Waarschijnlijk zal er deelgenomen worden aan het WK Porsche Supercup in het voorprogramma van de Formule 1 in Spa Francorchamps.

Het grote probleem in 2007 was de tweede piloot. In de Belcar rijd je nog altijd met twee en er zijn niet zo veel piloten met budget die snel zijn. Elke race opnieuw behaalden we zeer slechte resultaten door fouten van de andere rijder.
Gelukkig kon Jürgen alleen meedoen aan de Franse Carrera Cup in Spa als voorbereiding op een wedstrijd voor het WK Porsche Supercup eveneens in Spa. Het werd een heel leerrijke ervaring en Jürgen werd alsmaar sneller.

In 2008 was het de bedoeling om weer mee te doen een The Belgian GT Championship (Belcar) met een upgegrade Porsche 997. Maar van Porsche kreeg Speedloverteam in laatste instantie toch geen toelating om iets aan de auto te veranderen. Porsche had liever dat we een nieuwe GT3 S kochten van 250.000€... Met de ’oude’ auto van 2007 hadden ze geen enkele kans en vanaf de tweede race besloten ze zich in te schrijven in klasse drie, waar er in Dijon meteen een overwinning behaald werd.

Maar in 2008 werd de nadruk gelegd op een Europees verhaal. Het nieuwe FIA GT4 kampioenschap zag er veelbeloven uit en Jürgen kon de middelen vinden om eindelijk toch Europees te gaan rijden, mede dankzij André Van Hoof van Speedlover die een zeer goed voorstel deed.
Het werd een succes. Met zijn prachtige Aston Martin N24 reed hij zonder testwerk al in het eerste raceweekend in Silverstone naar een podiumplaats en met een schitterende overwinning tijdens het tweede treffen in Monza werd het FIA GT4 verhaal een keerpunt in de lange racecarrière van Jürgen.

Er kwamen nog een overwinning en twee polepositions bij in de GT4, maar helaas ging het helemaal mis tijdens het laatste raceweekend in Nogaro. Door een kleine aanrijding achteraan werd de oliekoeler van de versnellingsbak beschadigd in de eerste race. Met een even later kapotte bak betekende dat het einde van het weekend en het einde van het vice-kampioenschap, want Aston Martin, die op alle weekends aanwezig was met een prachtige racetruck, had geen versnellingsbak bij...
Toch is 2008 het beste seizoen geweest ooit. Zeker dankzij de 50 reportages op Motors TV.
Naast de sponsors (grootste budget ooit in 2008) is het ook dankzij teamchef André Van Hoof geweest dat Jürgen deze opstap kunnen maken heeft.

Het was de bedoeling in 2009 het nieuwe Nederlandse GT4 kampioenschap af te werken, samen met de GT4 Eurocup.
Maar door de credietcrisis haakten vele sponsors af en uiteindelijk werd er enkel deelgenomen aan de 24 uren van Zolder. Daar werd er een mooi resultaat behaald. Gunther Raus, Tim Verberght, Jean-François Hemrouille en Jürgen Van Hover gingen er met hun ’oude’ Porsche 997 Cup als 4de algemeen over de meet.

Voor 2010 zag het er iets beter uit, hoewel het nog altijd extreem moeilijk was om budgetten los te krijgen. Jürgen nam deel met een oude Porsche 996 aan de 24 uren van Zolder. Hij werkte ook enkele races af voor de Special Open Trophy in de Westfield-klasse van Oracle Cars en won deze haast allemaal.

Omdat 2010 met de Westfield goed was verlopen, besloot Jürgen in 2011 het hele seizoen af te werken. Dat werd echter een tegenvaller daar de motor van de Westfield van Oracle Cars gedurende heel het seizoen te weinig vermogen had. Het probleem, duidelijk te zien op de on-board videobeelden, werd nooit opgelost.

Op naar seizoen 2012. Nog geen week voor de aanvang van de Special Open Trophy Sprint (het Benelux Kampioenschap voor sport-prototypes) werd er een overeenkomst bereikt met Qvick Motors. In race 1 in Spa bestuurde Jürgen een Ligier JS49 en reed daarmee naar de overwinning. In Snetterton werden 3 twee plaatsen behaald maar in Zolder liep het mis. De Ligier was ook verhuurd voor de 24u van Zolder met andere piloten (Jürgen deed mee met een Porsche 997 Cup bij Speedlover)en daar de timing veel te krap was besloot Qvick een andere Ligier te huren. Dat bleek echter een wrak te zijn en Jürgen kwam niet verder dan een 6de en een derde plaats. Op de koop toe werd de Ligier tijdens de 24u zwaar beschadigd waardoor er forfait diende gegeven te worden voor de SOT in Zandvoort, daar bepaalde onderdelen niet voorradig waren.. Door al deze toestanden verloor Jürgen zijn kans op het winnen van het kampioenschap. Enkel een tweede plaats zat er nog in. Voor de laatste race in Assen werd er samengewerkt met Norma Benelux. Dat verliep uitstekend en Jürgen behaalde het vice-kampioenschap 2012.

In 2013 kwam er een Porsche GT3 Cup Challenge, maar dat budget bleek nog te hoog gegrepen tijdens de naweeën van de crisis. Wel tekende Jürgen opnieuw present voor de Special Open Trophy waarbij hij de samenwerking met Norma Benelux verderzette. Tijdens de eerste race in Spa haalde hij 3 2de plaatsen binnen na een spannend gevecht met de nagelnieuwe Wolf van de snelle Italiaanse gebroeders De Val.

Na de eerste race in april werd het kampioenschap door financiële problemen van de organisatie stopgezet. Dit was een totaal onverwacht gegeven dat heel veel teams en piloten in de problemen bracht. Immers dienden we uit te wijken naar de Benelux Supercar Challenge. Dit kampioenschap had een extra race op de kalender, maar we hadden al een race afgewerkt voor de SOT. Dit wou zeggen dat er 2 races extra bijkwamen en dus het budget omhoog moest. Een voordeel was wel dat het kampioenschap van de Supercar Challenge Super Lights pas in mei van start ging. We hadden dus nog geen punten voor het kampioenschap laten liggen. De organisatoren van de SCC voerden een CN-klasse (uitsluitend met identieke Honda 2 liter motoren) in en daarmee kon de strijd tegen Wolf en tal van andere deelnemers gewoon doorgaan. Ondanks alle moeilijkheden, kwamen we met Norma Benelux terecht in een situatie die veel beter was dan daarvoor. De SCC is een zeer professionele organisatie en we kregen tevens veel meer media-aandacht.

Hoewel de carbon Wolf van Bas Koeten Racing intrinsiek sneller was, konden we toch vaak scoren met onze 'oude' maar betrouwbaardere Norma. Het hoogtepunt van seizoen was de race in Spa toen we samen met de CN-auto's van de Euro Speed Series aan de start verschenen. In de regen pakte ik de overwinning in de CN-klasse. Dit was een zeer bijzonder moment na vele moeilijke post-kredietcrisis jaren. Op de koop toe werden we CN kampioen tijdens de laatste race in Assen en vice-kampioen in de Super Car Challenge Super Lights algemeen! Het was de eerst keer in bijna een kwart eeuw autosportavonturen en chronisch geldgebrek dat ik een kampioenschapstitel kon binnenrijven.

In 2014 beloofde het startveld van de Porsche GT3 Cup Challenge Benelux wat aan te dikken. Speedlover werd 3de in het kampioenschap in 2013 en het was de meest voor de hand liggende keuze om deel te nemen in 2014. Door het doordachte reglement kan je het budget delen door 2 piloten, maar elke piloot kan toch zijn eigen sprintrace rijden, naast een race van 50 minuten met de 2 piloten. Het sprintracen is en blijft mijn ding en leunt veel dichter aan bij echte autosport. Bovendien wordt er met gelijk materieel gekoerst en is het vooral de piloot die het verschil maakt. Dit hebben we in België veel te lang moeten missen. Veel organisatoren voeren namelijk al jaren een politiek om zoveel mogelijk kapitaalkrachtige piloten te kunnen aantrekken die daarom niet altijd de meest talentvolle zijn. Natuurlijk moet iedereen zich kunnen amuseren maar snelle piloten worden op deze manier uit te markt gedrukt, daar kapitaalkrachtige piloten graag met peperduur materieel rijden en ze door het flexibele reglement (resultaatseconden, uithoudingsraces…) veel kans hebben om te winnen.

Nochtans ligt mijn hart ook bij de CN-klasse, maar er zou een sprintkampioenschap moeten zijn exclusief voor CN auto's en dat is niet het geval. De organisatoren laten andere soorten auto's toe en maken races van 60 minuten en langer. Hierdoor moet je altijd met 2 piloten rijden waardoor de prestaties weer afhangen van een andere piloot, al jaren een groot probleem. Op deze manier is niemand eigenlijk nog tevreden, behalve minder snelle piloten die zich kunstmatig kunnen optrekken aan de talentvolle piloten.

Ook is een 'Norma' of andere CN auto commercieel moeilijker verkoopbaar. Deze auto's zijn nochtans even snel als een GT3 wagen en kosten de helft minder! In de bochten zijn die auto's echter zo snel dat de meeste piloten toch maar bij hun dikke GT bak willen blijven.

De organisatoren beweren dat ze geen andere keuze hebben dan dat aan te bieden wat 'de markt vraagt', omdat ze anders te weinig deelnemers zouden hebben. Ik ben daar slechts gedeeltelijk mee akkoord. Wat we nodig hebben is een mentaliteitswijziging. In elke sport weet men wie de beste is. Wie is in België de snelste piloot…??

De organisatoren van de Porsche GT3 Cup Challenge Benelux hebben de moed gehad om weer echte autosport aan te bieden en die mensen wil ik belonen. De keuze voor 2014 is was dus snel gemaakt. Samen met de Spaanse Luxemburger Carlos Rivas verdedigde ik de kleuren van team Speedlover en mijn sponsors. Het beloofde alweer een spannend seizoen te worden…

Toch bleek het niet zo eenvoudig. De beste piloten reden mee en al gauw bleek dat ik toch wel wat tekort kwam. Ook was er, alweer, geen budget om te testen, terwijl de snelle jongens bijna wekelijks testkilometers afwerkten.
Meer dan 2 podiumplaatsen zaten er niet in.
Er waren tevens heel weinig deelnemers. De reden was dat het niveau zo hoog was, dat er bijna niemand durfde mee te rijden… Een heel rare situatie dus, die nog maar eens bewees hoe ziek de Belgische autosport is geworden.

In 2015 kozen we opnieuw voor de Porsche Cup en bleven we Speedlover trouw.
Er was maar budget voor één testdag 7 dagen voor de eerste race. Het regende toen heel de dag en we kwamen voor het eerste met de nieuwe 991 buiten. De rondetijden waren goed en ook in de vrije trainingen voor de race de week erop, hadden we een derde tijd, slechts op 8 honderdsten van Van Splunteren.
In de kwalificatie echter, was het mooi weer en ik reed toen voor het eerst met de 991 op het droge. Dat viel serieus tegen, meer dan een 5de plek op de startgrid zat er niet in.
Ook tijdens de rest van het seizoen kwamen we meestal niet verder dan een 5de plaats, met uitzondering van de race in Assen.

Pas aan het einde van het seizoen kwam de oorzaak voor de matige prestaties aan het licht. De afstelling van de auto stond verkeerd. In de laatste race in Zandvoort konden we het verschil per ronde al terugbrengen tot enkele tienden van een seconde, komende van 1,5 seconden… Maar helaas schromelijk te laat.
Als ik in 2016 nog verder doe in de Porsche Cup dan zal er een pak meer moeten getest worden en zal er op elke race aan data-analist moeten aanwezig zijn, net zoals bij de andere teams.

Daarvoor moet er natuurlijk extra budget gevonden worden… niets nieuws onder de zon dus…

De resultaten in 2016 waren een pak beter. Intussen was, dankzij onze data-analist Vincent van der Valck, ook aan het licht gekomen dat we bij Speedlover al jaren met een verkeerde bandendruk reden. Dit resulteerde dikwijls in blokkerende voorwielen tijdens de kwalificatie.

Ook bleek dat mijn rijstijl niet langer up to date was. De auto’s worden alsmaar sneller en sommige rijlijnen in bepaalde bochtencombinaties moeten mee evolueren. Daarenboven leerde ik in 2016 vooral omgaan met het grote gewicht achteraan van een 991 Cup, een cruciaal aspect om een goede tijd neer te zetten.

Dit alles droeg er toe bij dat we een pak sneller waren dan in 2016 en 2015. We waren er nu telkens vooraan bij, maar helaas had ik ook veel pech. Ik werkt alle races af met twee piloten (elk één race) maar dat is en blijft een handicap. Je rijdt de helft minder en zeker in wisselende weersomstandigheden is dat een nadeel. Bijna alle deelnemers reden alleen, maar dat kost natuurlijk dubbel zoveel en zo heb je ook meer risico op schade.

We werden uiteindelijk Vice-kampioen in de B-klasse. In de pro-klasse moest je aan alle races meedoen om te kunnen meedingen voor het kampioenschap.

Vice-kampioen zat er dik in, maar voor de laatste wedstijd gaf ik forfait uit protest tegen een diskwalificatie met de laatste race in Zandvoort. Ik won met ruime voorsprong (we bleven veel progressie boeken omdat we nu eindelijk in de juiste richting werkten) maar tijdens de herstart onder safetycar liet ik onvoldoende afstand van de safeycar en passeerde zo de safetycar-lijn voor de safetycar dat deed. Had u ooit al gehoord van een safetycar-lijn? Ik ook niet…

Op de meeste circuits heb je dat probleem niet, want daar heb je meestal een chicane voor de start. In Zandvoort niet en als daarbij de safetycar nog eens abnormaal traag rijdt, dan is het gat snel gedicht. Zo leert een mens altijd bij…

Tijdens de aanvang van seizoen 2017 besloot ik om eindelijk alle races alleen af te werken. Een besluit nemen is gemakkelijk in de autosport. Het kunnen betalen, dat is wat anders…

 

Seizoen 2017 begon zeer goed met een mooie 2de plaats in Spa.

Daarna ging het bergaf met enkele incidenten in Zandvoort.

In Le Mans, die de meest indrukwekkende ervaring ooit was, kwam Jürgen niet verder dan een 5de plaats.

Het bijna als enige correct toepassen van het reglement in de Slow Zones lag aan de basis.

Ook voorzichtigheid door een gebrek aan budget deden er geen goed aan. Elke race alleen rijden bleek toch wat te duur en Jürgen moest forfait gegeven voor 2 raceweekends.

Hierdoor ging een plaatsje in de top drie in het kampioenschap verloren.

 

In 2018 zal Jürgen opnieuw deelnemen aan de Porsche Cup Benelux en deze keer wel proberen om voldoende budget bijeen te harken om in goede omstandigheden te kunnen racen.

Meld je aan voor onze nieuwsbrief
E-mailadres: